Aantrekkelijke fiscaliteit voor kunstenaars in België: Inkomsten uit auteursrechten – Wat u moet weten
Belgische kunstenaars die inkomsten genereren uit auteursrechten of naburige rechten, kunnen profiteren van een voordelig fiscaal stelsel. Dit stelsel kwalificeert deze inkomsten als "roerende inkomsten" en belast ze tegen een forfaitair tarief van 15%. Dit staat in schril contrast met de progressieve belasting van "inkomsten uit zelfstandige beroepsactiviteit". Maar onder welke voorwaarden is dit aantrekkelijke belastingtarief toepasbaar, en welke grenzen moeten in acht worden genomen?
De bijdrage belicht de huidige juridische en administratieve kader voor kunstenaars in België en geeft duidelijke inzichten in de toepassing van het bijzonder regime voor inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten.
De sleutelvoorwaarden voor de toepassing van het 15%-tarief
Opdat uw inkomsten uit auteursrechten of naburige rechten als roerende inkomsten kunnen worden belast, moeten cumulatief aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
- Originele en beschermde werken: U moet werken creëren die beschermd zijn door het auteursrecht of naburige rechten. Dit betekent dat het een intellectuele schepping moet zijn die getuigt van creatieve vrijheid in vormgeving. Puur technische of banale realisaties zijn hier uitgesloten. Bij architecten kunnen bijvoorbeeld ook functionele of wetenschappelijke werken beschermd zijn, mits de creatieve capaciteit van de architect aantoonbaar is ondanks technische dwang.
- Effectieve overdracht of verlening van rechten: Het volstaat niet om een werk te hebben gecreëerd. De vermogensrechten op dat werk moeten worden overgedragen, afgestaan of in licentie worden gegeven. Dit gebeurt doorgaans via contracten met producenten, galerieën, uitgevers, beheersvennootschappen of zelfs met uw eigen vennootschap.
- Exploitatie van de rechten: De overdracht of licentieverlening moet ertoe strekken dat de rechten daadwerkelijk worden gebruikt of geëxploiteerd. Dit betekent dat de rechten daadwerkelijk worden benut (bv. door verspreiding, reproductie of publieke uitvoering). Dit kan ook het geval zijn indien bijvoorbeeld een onderneming een schilderij in opdracht geeft bij een kunstenaar met het oog op tentoonstelling in de inkomhal van de onderneming. Een louter theoretische verlening van rechten zonder enig gebruik is onvoldoende.
Belangrijke grenzen en drempels
Zelfs indien aan de bovenstaande voorwaarden is voldaan, moeten bepaalde kwantitatieve grenzen strikt worden nageleefd:
- Jaargrens: 37.500 € (77.220 € belastbaar inkomen vanaf 01.01.2026)
Tot een bedrag van 37.500 € (basisbedrag, geïndexeerd tot 77.220 € vanaf 01.01.2026) worden inkomsten uit de overdracht of licentie van auteursrechten en naburige rechten onweerlegbaar beschouwd als roerende inkomsten. Op deze inkomsten zijn geen sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
Bedragen boven deze drempel worden geherkwalificeerd als beroepsinkomsten (zelfstandige activiteit). - Proportionaliteitsgrens bij gecombineerde prestaties:
Wanneer de overdracht van auteursrechten gepaard gaat met een materiële prestatie (bijvoorbeeld een voorstelling of opname), mag het aandeel van de auteursrechten niet meer dan 30 % van de totale vergoeding bedragen.
Forfaitaire kosten: een bijkomend voordeel
Voor inkomsten uit auteursrechten die als roerende inkomsten worden beschouwd, kan de kunstenaar gebruikmaken van forfaitaire kosten.
De wet van 30 mei 2026 (in werking sinds 11 juni 2026) bepaalt echter dat deze kosten enkel kunnen worden toegepast indien de kunstenaar beschikt over een officiële kunstwerkattest, afgeleverd door de Kunstwerkcommissie (overheidsinstantie – zie: https://werkenindekunsten.fgov.be/nl).
- Specifiek regime:
Een forfaitaire kostenaftrek op de bruto-inkomsten is toegestaan:- 50 % voor inkomsten tot 20.100 €
- 25 % voor inkomsten tussen 20.100 € en 40.190 €
- Boven 40.190 €: geen forfaitaire aftrek toegestaan
Dit vermindert aanzienlijk de belastbare basis.
Deze forfaitaire kosten verhogen de fiscale aantrekkelijkheid van het regime aanzienlijk.
Zonder attest van artistieke activiteit is het sinds 1 januari 2026 niet langer mogelijk om deze forfaitaire kosten toe te passen.
Belang van documentatie
Hoewel de bewijslast voor een eventuele herkwalificatie in principe bij de fiscus ligt, is het voor de kunstenaar essentieel om zijn situatie zorgvuldig te documenteren, met name:
- bewijs van originaliteit (creatieproces, schetsen, voorbeelden van werken)
- bewijs van overdracht/licentie van rechten (duidelijke contracten met exploitanten)
- duidelijke contractuele opsplitsing tussen vergoeding voor prestaties en vergoeding voor auteursrechten
Opmerking: Deze tekst is louter informatief en vervangt geen individueel fiscaal advies. Voor advies op maat staan wij uiteraard ter beschikking.